21 januari 2017 Amersfoort: verslag inleiding Kees Waaijman Spiritueel Cultureel Centrum, over Jan van het Kruis – Vlam van liefde levend (zie voor de tekst van het gedicht p. 3)
De eerste zin van een goed gedicht vat al het hele gedicht samen. Uit de eerste zin vloeit als het ware de rest van het gedicht voort.
Dit gedicht moet je lezen met tederheid; je moet het herhalen; dan gaat het gedicht zijn eigen werk doen.
Het gedicht gaat over de liefde van de Beminde (God) en de ziel. De ziel is het meest lieve, kwetsbare, binnenste van je leven; het is de plek in je waar de liefde resoneert en de meeste ruimte krijgt.

De 1e zin 1e couplet luidt: O vlam van liefde levend.
Deze vier kernwoorden O vlam liefde levend vormen de motieflijnen van het gedicht; ze zeggen al alles.
Johannes van het Kruis gaat uit van de menselijke ervaring die zich beweegt naar het goddelijke toe; de menselijke ervaring krijgt vele gestalten, bijvoorbeeld in het beeld van de vlam die het hout aansteekt in het haardvuur.

1e motieflijn Vlam
Vlam is het meest uitwendige van de vier kernwoorden. De vlam speelt met het houtblok. Kijk naar het haardvuur. Het eerste dat het vuur doet met het hout is het hout drogen; het hout “huilt”. Vervolgens gaat het vuur het hout blakeren, brengt het donkerste uit het hout naar buiten. Dan gaat het vuur het hout omvormen in zichzelf, maakt het aan zich gelijk. Uiteindelijk wordt het hout van binnenuit vuur; het vuur speelt er vrij in rond. Vuur en hout doordringen elkaar.
Mens is het hout. Vuur wordt hout. De mens wordt als een lichtbolletje.
Over het vuur spreken is moeilijk. Mystieke taal is uiteindelijk taalloos. Zoals het ook moeilijk is om te spreken over jezelf, wie je echt bent.

2e motieflijn Liefde
Liefde is leven dat in ons wil gaan leven. God, die bron van liefde is, wil meer en meer bezit van nemen van mij, van mijn binnenste, mijn adem…Liefde wil in mij wonen.
Maar ook ik, van mijn kant, moet leren mij toe te vertrouwen. Daarvoor moet ik flexibel worden; anders kan de liefde niet in mij leven.
Open worden is goed maar de deur open zetten is niet genoeg. Ik moet uit mijn holletje, uit mezelf komen. De beweging naar buiten is voorwaarde om te ontvangen.
“Warmte en licht ineen aan Beminde geven” (laatste zin 3e couplet): in de mystiek betekent weggeven ook ontvangen. Als je niet weggeeft zal je ook niets ontvangen.
De eerste fase beschrijft Johannes van het Kruis in zijn werken ‘Donkere nacht’ en ‘Bestijging van de berg Karmel’.

3e motieflijn Levend
Wat betekent leven? Je kunt je afvragen: hoe echt leef ik? Mensen komen – soms op late leeftijd – tot het besef: Ik heb eigenlijk helemaal niet geleefd. Dat besef ontstaat als het hout gaat blakeren. Dat betekenen de woorden “mild schroeien” (1e zin 2e couplet). Als je bijvoorbeeld beseft dat je geleefd wordt door je agenda, je obsessies, verslavingen. Ons spreken is een napraten, papegaaien.

Liefde maakt duidelijk dat je niet echt leeft. Je lijkt springlevend maar je bent springdood.
Het leven van de liefde brengt je tot liefde. Dan sterf je af aan de apenliefde, dikdoenerij. De schijnliefde wordt gedood.
De vensters worden schoongemaakt zodat het licht kan binnenstromen.

Dat is de laatste fase van de mystieke weg. Een reis die je stap voor stap moet maken. Vol van geduld. Alles wordt er in betrokken: gevoelens, je gedachtes, je hele mind. Zonder zelfbeklag en schuldgevoelens. Neem jezelf nooit iets kwalijk. Liefde moet het doen, niet zelfbeklag. In de mystiek schiet je niets op met zelfbeklag, schuld en zonde; met ‘met jezelf in de knoei zitten’; dan ben je alleen met jezelf bezig. Liefde betaalt alle schuld, ‘ontschuldigt’. De woestijnvaders zeiden al dat liefde één van de meest geniepige slangen voor ons is.
Denk aan de uitspraak van Augustinus: Ama et fac quod vis; heb lief en doe wat je wilt.
“Voleind” (woord in 1e couplet): je leven wordt omgevormd.
“Die naar eeuwig leven smaakt” (2e couplet): liefde geeft een voorsmaak van het eeuwige leven, waar we eigenlijk niets van weten. Als mensen daar duidelijk over zijn moet je meteen gaan twijfelen. Johannes van het Kruis geeft er voorzichtig vijf punten over. Hij spreekt van ‘omvorming in heerlijkheid’

4e motieflijn O
Het woord O komt zeven maal terug in het gedicht, een heel subtiel woord, het meest intieme. Johannes van het Kruis geeft zelf een toelichting wat dat woord betekent.
Het woord O drukt meer uit dan taal kan zeggen. Zoals de uitdrukking Muziek van zuiver zwijgen. Zoals Paulus schrijft: De geest bidt in ons met onuitsprekelijk verzuchtingen.

Enkele vragen:
– moet ik mijn verlangen koesteren of laten uitdoven? Waaijman: Verlangen is belangrijk, maar we kunnen het zuiveren, flexibel maken. De woorden ‘Ik wil’ drukken ook verlangen uit maar zijn star.
– wat betekent ‘ontschuldigen’ als ik spreek met een gevangene? Waaijman: Bedenk dat je allemaal broers en zuster bent met één vader. Je kunt ook schuld van een ander op je nemen zonder dat je iets kwaads gedaan hebt. Dat beschrijft Levinas.
– hoe kunnen we op de mystieke weg gaan? Waaijman: Neem al je kansen en gelegenheden aan. Neem waar wat je tegenkomt. Ontdek dat overal (waar) de liefde is.

Huib Klamer, 21 januari 2017