Franciscus Xaverius reisde als missionaris meer dan Paulus. Zo vertelde de jezuïet Dries van den Akker op 28 november in de Franciscus Xaveriuskerk. Franciscus Xaverius kreeg als opdracht om in het verre Oosten, toen nog onder Portugees bestuur, mensen bij Christus te brengen. Om zoveel mogelijk zielen te redden. Hij vertrok uit Lissabon in 1542 en zou nooit meer terugkeren in Portugal. In de eerste periode van zijn missiewerk was Franciscus overtuigd van zijn eigen waarheid en probeerde mensen daarvan te overtuigen. Die kijk veranderde toen hij later in Japan kwam, dat buiten de Portugese invloedssfeer lag. Hij kreeg contacten met boeddhisten en ontdekte dat hij ook van hen kon leren. Hij leerde zich aan te passen aan de Japanse hofcultuur. En kwam tot de overtuiging dat alle mensen kennis van God hebben. Die Godskennis is in elke ziel als het ware ingeschapen. Mensen kunnen daarom hun gewoontes behouden als die tenminste niet in strijd zijn met het christelijk geloof. En ze moeten Christus ontdekken. Dat wordt voortaan de methode die de Jezuïeten gebruiken in hun missiewerk.

Van den Akker deed een inspirerende beeldmeditatie bij het beeld van Franciscus in de kerk. Hij benadrukte het kruis bij het hart, de hand die wijst naar Jezus’ kruisbeeld, het gebogen hoofd als teken van bescheidenheid, de twee mantels – de traditionele zwarte (onder)mantel van de jezuïet en daarover de priestermantel -, het opwapperen van de mantel aan de voeten als beeld van de actieve geest van Franciscus.

Op basis van de veranderende kijk van Franciscus Xaverius stelde Van den Akker twee kerkmodellen voor aan de aanwezige mensen uit de geloofsgemeenschap:
– de eerste: mijn geloof is de waarheid. Onze kerk is de ware kerk. De kerk wordt dan een eiland in de maatschappij.
– de tweede: we gaan met mensen op weg. Bieden mensen de ‘vriendschap van Jezus’ aan (in de woorden van paus Franciscus).

Alle aanwezigen vroegen zich in stilte af bij welk van de twee modellen hij/zij zich thuis voelt. Vervolgens vertelde ieder – op de rij af – wat zijn/haar antwoord was. Opmerkelijk was hoe ieder een eigen authentiek antwoord, met eigen accenten, formuleerde op beide vragen. Bij de accentverschillen leek er ook verbinding en consensus . We hebben behoefte aan een eigen plek om ons te platen inspireren maar tegelijk is het nodig om ons dienend en actief op te stellen in onze omgeving.
Deze korte dialoog was diepzinnig en is een voorbeeld van de manier zoals Jezuïeten met elkaar overleggen als belangrijke beslissingen moeten worden genomen.

Huib Klamer