Het vierde gebod ‘Gij zult de Sabbat in ere houden’: zes dagen werken, “één dag apart gezet voor God, de Here”.

woensdag 21 februari 2018

Vierde bijeenkomst van het project De Tien Woorden aan de hand van het boek “Erfenis zonder testament” van Maarten van Buuren en Hans Achterhuis

Zie Actualiteit ‘Erfenis zonder testament’

Inleider: Guus Timmerman, researcher bij de Presentie Foundation, voormalig pastor SFX ‘t Zand

Guus Timmerman begint met een vraag aan de aanwezigen: “is de zondagsrust een actuele kwestie?” Hoewel hier en daar wethouders struikelen over de kwestie, is de conclusie toch dat het géén actuele, maar een achterhaalde kwestie is.Aan de hand van teksten uit Exodus (20) en Deuteronomium (5) laat Timmerman zien dat het gebod dat Mozes ontving al teruggaat op het manna in de woestijn, en tot de schepping. Op overtreding van het 4e gebod stond de doodstraf, evenals het verbod van de afgodendienst; taalkundig is “doorwerken”(op de Sabbat) verwant aan afgoderij.

In de Joodse traditie worden de woorden “gedenk” en “bewaar” de Sabbat gebruikt, verwijzend naar verschillende domeinen tijd, mens en ruimte. Abraham Joshua Heschel werkt dit prachtig uit in zijn boekje ‘Sabbat voor de moderne mens’. In de katholieke traditie is de Sabbatheiliging (rustdag na zes dagen werken) overgegaan naar de zondagsrust. Niet de rust ná het werk, maar het begin van iets nieuws; een nieuw leven na de opstanding van Christus.

Een andere vraag van Timmerman is of de overheid een taak heeft in het reguleren van de zondagsrust. Verwijzend naar de ‘accudagen’ die we nodig hebben om op te laden (Marlie Huijer) citeert Timmerman de sociologen Sennet ( “De Flexibele Mens”) en Rosa (“Leven in tijden van versnelling”) die beschrijven hoe de “kloktijd” (tijd is synoniem geworden met wat de klok ons vertelt) karaktervorming verhindert. Individualisering en hyperflexibiliteit (sociaal, in relaties, in het werk) maakt dat de mens geen loyaliteit meer kent of leert.

Een 24/7 inzetbaarheid en beschikbaarheid is niet bevorderlijk voor de gezondheid van de mens, zoals ook veel onderzoek naar stress en arbeidsongeschiktheid laat zien. De 24/7 beschikbaarheid en bereikbaarheid van politie, brandweer, EHBO, huisartsenpost zijn geaccepteerde en logische feiten. Maar moeten we dat 24/7 model ook uitbreiden naar winkels (hier en daar al het geval) en b.v. scholen? Timmerman beschrijft discussies op scholen waar hier en daar geëxperimenteerd is met het “vijf gelijke dagen” model: elke dag even lang, vrije tijd kan dan meer individueel worden ingevuld, sport hoeft niet meer speciaal op woensdagmiddag en zaterdag. ‘Maar waarom eigenlijk’, zo vraagt Timmerman, die individualisering en uniformering van instituties leidt uiteindelijk tot “alle dagen hetzelfde” en “alles en iedereen 24/7”. De vraag die we ons moeten stellen is hoe we samen willen leven, wat vinden we belangrijk in de samen-leving, voorbij de vraag wat we als individu belangrijk vinden. Daarmee is de vraag of de overheid hier een taak heeft wel degelijk actueel. Immers hoe willen we maatschappelijke normen en samenhang vormgeven en waarborgen? Daar is overheid wel voor nodig.

Tot slot vraagt Timmerman zich af of de titel van het boek van Achterhuis en Van Buuren wel goed is: immers we hèbben een erfenis (het leven hier op aarde) én een testament (de 10 woorden) om daar vorm aan te geven.

Na de pauze volgt een levendige discussie over de 24/7 economie, over ‘werkstress’ (ook da vraag of we echt wel zo hard werken), individualisering, in relatie tot de noodzaak van reflectie, invullen van een rustdag (niet de dag van verveling, maar de kunst van het niets doen), reflectie alleen of collectief, ook met mensen die je niet hebt uitgekozen (zoals in de kerk).