De kunst van het leven
mens worden, lessen uit de filosofie

Verslag inleiding van dr Renée van Riessen, hoofddocent filosofie aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) en bijzonder hoogleraar christelijke filosofie (Universiteit Leiden)
(gehouden zaterdag  24 maart 2018 Spiritueel Cultureel Centrum Amersfoort)

Levenskunst gaat over de vraag ‘Hoe moeten we / hoe moet ik leven?’ Er wordt wel gedacht dat dat vroeger gemakkelijker was. Omdat nu de levensbeschouwelijke tradities zwaar aan betekenis hebben verloren.
We hebben geen vaste rollen meer. Volgens de Canadese filosoof Charles Taylor in zijn boek ´De malaise van de moderniteit´ ligt het antwoord op de vraag ‘Wie ik ben?‘ niet meer vast. De vraag is niet afgesloten, ligt altijd voor je. Her antwoord ligt ook in de diepte van jezelf, moet opgegraven worden, vraagt reflexie. Is niet vanzelfsprekend. De vraag is ook altijd wat je zelf vindt.

Levenskunst is: zelf iets van je leven maken. En dat moet dan liefst ‘iets toonbaars’ zijn, toonbaar voor jezelf en toonbaar voor anderen. Mensen willen graag het succes van hun leven laten zien maar niet vergeten kan worden dat er altijd ook ziekte en dood zijn. Levenskunst is ook stervenskunst.
René Gude – onlangs overleden Nederlands filosoof – zei: maak van sterven een kunst. Maar dat is niet altijd gemakkelijk.
Levenskunst is ook niet gemakkelijk. De Franse filosoof Albert Camus zei: “Het valt niet mee om te worden wie je bent.”

 

Voor de Griekse filosofen was filosofie vooral filosofie van de levenskunst; zoeken van een antwoord op de vraag: Hoe moet ik leven? Oefeningen zijn daarbij essentieel.
Ook de hedendaagse filosoof Peter Sloterdijk benadrukt: Je moet steeds oefenen.
In de eerste eeuwen was het leven in het Romeinse wereldrijk onvoorspelbaar geworden. Er was sprake van een multiculturele samenleving waarin één religieuze richting ontbrak. In een dergelijke situatie wordt filosofie belangrijker.
Met name was dat de filosofie van de Stoa. Daarin is de logos-vuur een centraal begrip; aan deze logos heeft de mens deel door zijn eigen logos/verstand. Het leven op zich heeft geen doel. Als je verstandig bent laat je je door het lot leiden. En sta stil bij de dood die je ieder moment kan overkomen. Toon je zelfbeheersing tegenover je lot en je emoties.
Een praktisch voorbeeld is Epictetus die zei: “Als je naar het badhuis gaat, bedenk dat van te voren wat je kan overkomen.”
Het gedicht van Ed Hoornik illustreert de gedachte van Plato: de spanning tussen hebben en zijn, tussen hemel en aarde, materieel en immaterieel.

De nieuwe cultuur is een cultuur van het zelf. De mens wil zijn levenskeuzes baseren op eigen keuzes. Hij wil daarin authentiek zijn (in plaats van zichzelf te beheersen zoals de Stoa propageerde). Zijn keuzes moeten resoneren op zijn passies (andere woorden voor passies zijn: energie, drive).
De Nederlandse filosoof Joep Dohmen pleit voor zelfzorg. Levenskunst plaatst in zijn visie zelfzorg centraal; dat gaat vooraf aan de zorg voor anderen. Dohmen voert ook een pleidooi tegen onverschilligheid, maar daarbij blijft het grotere geheel buiten beeld. Bovendien moet de zorg voor de ander passen in het eigen frame.
In levenskunst is steeds Bildung, morele educatie nodig. En je leven moet ook ergens over gaan. Een goede balans is nodig tussen wat ik moet en wat ik wil.

Foucault: leven is niet zomaar iets, maar een kunst. Waarom niet van je leven een kunstwerk maken? De Martelaere: de uiterste consequentie van deze visie is dat je ook een mooie dood wilt sterven. Dus zelfmoord pleegt.

Waarom is levenskunst nu aan de orde?
– de onzekerheid van deze tijd
– de grote traditionele levensbeschouwingen brokkelen af
– anti-paternalisme; we willen zelf bepalen hoe we moeten leven
– de nieuwe mens is flexibel, wisselt veelvuldig van rollen, wisselt daarmee van identiteit, zet zich in voor het moment, niet voor de lange termijn.

De christelijke levenskunst is geen individuele aangelegenheid, in tegenstelling tot wat bijvoorbeeld Dohmen zegt (bij wie de zelfzorg domineert).
Alain de Button, een hedendaagse filosoof en atheïst, richtte de School of Life op en leent veel van de religies, onder andere het christendom. Mensen komen op zondagen bij elkaar, volgen rituelen en zingen ook. De Button is positiever tegenover godsdienst dan Dohmen.

In levenskunst is evenals in religie steeds een heilsverwachting aanwezig.
Maar religies bieden een eigen levenskunst-pakket. Je bent altijd met drieën: ik zelf – de ander – God.
Augustinus (354-430)
In zijn autobiografie Belijdenissen staat voor het eerst het eigen zelf centraal. Opdracht voor de mens is op zich te richten op de Allerhoogste, een persoonlijk Gij. Dat is anders dan bij Plato, die slechts onpersoonlijke idealen/ideeën kende.
Augustinus kwam tot bekering na het overlijden van een geliefde vriend. Diens dood zet hem aan tot een andere visie op de liefde dan de Stoa propageerde. Liefde tussen mensen is eindig; daarom moet ik mensen liefhebben in God. De Stoa zei: hecht je niet te veel aan anderen. Augustinus: leg het grootste gewicht in de liefde tot God. De liefde komt uit God. Niet de ander, maar God is de bron van de liefde.
Gevaar van de visie van Augustinus is dat de aarde – door de gerichtheid op de Allerhoogste – buiten beeld dreigt de raken.

Kierkegaard
“De dood is de leermeester van het leven.” Dat we dood gaan is zeker, wanneer precies is onzeker.
Het gaat om het leven hier en nu (niet om onsterfelijkheid). De dood brengt je bij je existentie.
Kierkegaard citeerde vaak de evangelietekst over de leliën en de vogels, die onbezorgd leven. Leven  uit de hand van God.

Bij Kierkgaard missen we dat het leven dialogisch is, dat we leven met de ander.
Zoals het gedicht van Leo Vroman uitdrukt: …voor wie dit leest.

In levenskunst gaat het ook om de ander. Zoals Levinas zei:
leven is bestaan voor de ander. Het zelf is er altijd voor de ander. Mijn spreken is antwoorden aan de ander.

 

 

Huib Klamer